Thorbecke Scholengemeenschap

Thorbecke Scholengemeenschap Zwolle

Case:
Incompany trainingen differentiëren

Interview met:
Lieke Tromp, teamleider atheneum bovenbouw Thorbecke Scholengemeenschap

Differentiëren. Binnen het team van Lieke Tromp werd er vaak genoeg over gesproken. Er werd te weinig gedifferentieerd en toch vond men het belangrijk. Daar moest wat aan gebeuren. Sinds drie jaar biedt teamleider Lieke haar docenten nu de mogelijkheid om een training op de school zelf te volgen. Wat zijn Liekes ervaringen hiermee en wat heeft de training gebracht?

Wat was de aanleiding?

De Thorbecke Scholengemeenschap Zwolle biedt mavo, havo of vwo. Eerstejaars kunnen er verschillende leertrajecten volgen, waaronder Technasium, Versterkt Engels en Moderne Media. De school draait goed: de examenresultaten zijn bovengemiddeld en in de afgelopen vijf jaar is de school gegroeid van 1.400 naar 1.900 leerlingen. 

Behalve docent Wiskunde is Lieke Tromp Teamleider atheneum bovenbouw bij de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle. Vanuit die functie geeft zij leiding aan 25 tot 30 docenten. Tromp: “Bij bovenbouw havo en atheneum werken we met de vijf rollen van de leraar (in dit blog wordt dat concept toegelicht, red.). In de gesprekken daarover met onze docenten kwam naar voren dat ze niet zoveel differentiëren in de lessen. We wisten dat het veel moeite kost en niet zo eenvoudig is, maar vonden het wel heel belangrijk.”

Waarom vonden jullie het zo belangrijk?

“Omdat je met differentiëren recht doet aan de verschillen tussen leerlingen, de snellere leerders én de wat minder snelle leerders, iedereen heeft aandacht nodig.”

Hoe hebben jullie dat aangepakt?

“Duidelijk was dat we geen training wilden volgen uit de boekjes, we wilden het hier op school doen; er praktisch mee aan de slag gaan. We hadden het geluk dat we een voorbeeld konden nemen aan onze collega’s van de mavo. Die waren al met differentiëren begonnen en hadden zeer goede ervaringen met een training op de school zelf. Toen dachten we: dat moeten wij ook gaan doen!”

En toen?

“Toen hebben we de docenten gevraagd wie er mee wilde doen. Al snel hadden we vijftien enthousiaste deelnemers. Als teamleider volg je zelf ook de training omdat het heel belangrijk is te weten wat er allemaal bij komt kijken en dat docenten zien dat je er zelf ook mee worstelt.” 

Docenten konden zelf bepalen of ze mee wilden doen?

“Ja, het heeft geen enkele zin om mensen te dwingen. Dat is niet goed voor de sfeer en ik ben ervan overtuigd dat je iets zelf moet willen om er wat van te kunnen leren. Je moet ervoor open staan. De een vindt het niks of eng en de ander is positief. En een docent moet er ook klaar voor zijn. Als je net begint als docent, is het al moeilijk genoeg om gewoon goed les te geven. Zo’n training is dus nooit een verplichting, maar ik stuur er wel op aan als ik denk dat een docent eraan toe is.”

Hoe zag de training eruit?

“Die bestond uit een aantal bijeenkomsten bij ons op school. Daaraan voorafgaand heeft de trainer bij wijze van nulmeting de lessen van de deelnemers bezocht. In elke bijeenkomst krijg je uitleg over een manier van differentiëren, want dat kan natuurlijk op meerdere manieren. Je gaat ook met een vakgenoot je les voorbereiden. Die les geef je en de bijeenkomst daarna bespreek je de ervaringen met elkaar. En dan blijkt wel hoe moeilijk het is.”

Wat maakt het dan zo lastig?

“Je bent veel tijd kwijt om de les goed voor te bereiden, het is niet meer ‘one size fits all’. De les moet je tot in de puntjes verzorgen, je moet precies weten wat de rest van de klas kan gaan doen als je met die ene leerling of dat groepje bezig bent. En je moet als docent zeer goed orde kunnen houden, anders werkt het niet. En je moet bovendien kunnen loslaten. Een deel van de groep geef je de verantwoordelijkheid om zelfstandig te werken. Terwijl een docent toch het liefste controle wil houden. Dat is voor veel docenten heel lastig.

Wat doe je nog meer tijdens de training?

“Als teamleider ga je samen met de trainer lesbezoeken afleggen. Zo leer ik inhoudelijk feedback te geven op het differentiëren in de les, maar ook hoe ik deze feedback het beste kan geven. Die feedback gaat over wat goed ging en waar kansen liggen. Als een docent aangeeft dat de groep alvast huiswerk kan gaan maken, heb je bijvoorbeeld de kans om te differentiëren. In het tweede jaar zijn we gestart met maatjeslesbezoeken, waarbij docenten samen met de trainer elkaars lessen gaan bezoeken.”

Wat is de rol van de trainer geweest?

“De training valt of staat met degene die hem geeft. Wij hebben heel bewust voor Joka Slump van CPS gekozen. De collega’s van de mavo waren erg enthousiast over haar. Zij past bij onze school, komt uit de lespraktijk, is concreet, positief en toch kritisch. En je krijgt tussendoor ontzettend veel waardevolle tips. Heel motiverend!”

Krijgt het differentiëren navolging binnen de school?

“Ja. De mavo begon er dus mee, dit is ons derde jaar en dit jaar begint ook de onderbouw atheneum en havo. Dus eigenlijk is het dit jaar voor het eerst schoolbreed. Verder gaan we een verdiepingsslag maken door te focussen op de docent als coach. De docentcoaches zijn de meer gevorderde docenten die het differentiëren in overleg met Joka over gaan brengen aan de jongere leraren.”

Wat heeft de training jullie opgeleverd?

“Natuurlijk dat er meer wordt gedifferentieerd. En de vervolgtraining die we aanbieden is ook meteen een stok achter de deur om het te doen. Om het echt in onze genen te krijgen, kunnen docenten die dat willen een vervolgtraining doen en gaan we dus met de docentcoaches werken.”

"Ik merk dat het leerlingen motiveert, dat ze bijvoorbeeld ineens graag in een moeilijkere groep willen.”

 - Lieke Tromp

Heeft het differentiëren ook de leerprestaties verbeterd?

“Dat is niet zo eenvoudig te zeggen; er zijn zoveel factoren die erop van invloed zijn. Je ziet wel dat het enthousiasme van de docenten afstraalt op de leerlingen. Ze leggen uit waarom ze differentiëren en de leerlingen waarderen dat, evenals de afwisseling. Ik merk dat het leerlingen motiveert, dat ze bijvoorbeeld ineens graag in een moeilijkere groep willen.”

Welke tip heb je voor teamleiders die met differentiëren willen starten?

Doe het intern, op je eigen school. Niet ergens op een trainingslocatie. Dat is laagdrempeliger, dan krijg je meer docenten mee. Het is ook gewoon praktischer. Op je eigen school kun je lesbezoeken doen en praat je er tussen de bedrijven met elkaar over. En belangrijk is dat je als leidinggevende zelf meedoet met de training. Dan weet je wat het is en kun je docenten beter ondersteunen.”  

Meer informatie over dit thema kunt u vinden op: 
>> www.cps.nl/differentiëren 


Geïnspireerd?

Heeft u vragen of opmerkingen over deze case? Of wilt u eens met een adviseur doorpraten over een situatie op uw school? Dat doen we graag. Neem dan contact op.

Zoek in de website