De 5 rollen van de leraar: wat is het, en wat hebt u eraan?

De 5 rollen van de leraar: wat is het, en wat hebt u eraan?

Iedere leraar wil effectief zijn. Maar wat is een goede les en wat doet een goede leraar precies? En: hoe stuurt u daar in uw school op aan? Het concept 'De vijf rollen van de leraar’ beschrijft heel concreet wat effectief gedrag is en wat effectieve leraren doen. Praktische handvatten dus, maar meer nog een gemeenschappelijke taal om op alle lagen in de school makkelijker het gesprek te kunnen voeren over goede lessen. In dit blog licht ik toe wat de rollen zijn en wat u er als school mee kunt.

Effectief leraargedrag in vijf rollen

Uit onderzoek weten we dat effectieve leraren goed contact maken met hun leerlingen, een sterke persoonlijke presentatie hebben en hun vak verstaan. De vraag is hoe dit nu tot uiting komt in de klas. Als u goed kijkt naar het gedrag van leraren die ruim boven het gemiddelde scoren, dan ziet u dat hun gedrag te herleiden is naar vijf verschillende rollen: de gastheer, de presentator, de didacticus, de pedagoog en de afsluiter. Leraren die deze rollen goed beheersen, geven de les een zodanige structuur, dat leerlingen in een actieve leermodus komen.

De rollen zijn voor iedere leraar heel herkenbaar en beschrijven heel concreet het basisgedrag voor een goede les. Het vormt een solide basisrepertoire dat leraren in de loop van hun carrière verder uitbouwen en persoonlijk inkleuren.  

Sinds het verschijnen van het gelijknamige boek in 2009 hebben veel leraren houvast gevonden in deze vijf rollen en diverse lerarenopleidingen bieden het aan hun studenten aan. De rollen blijken universeel, iedere leraar herkent ze, maar bovenal bieden ze een gemeenschappelijke taal en belangrijke raakvlakken met de inspectiecriteria. De belangrijkste drijfveer achter deze uitwerking is dat goed lesgeven niet meer iets ongrijpbaars is, maar concreet gemaakt is in eenvoudige rollen met uitgebreid beschreven gedrag. Het biedt leraren goede aanknopingspunten om zich heel gericht dit gedrag eigen te maken.

Hoe te gebruiken?

Zijn de vijf rollen een blauwdruk? Nee, beslist niet. De vijf rollen kunt u vooral gebruiken om systematisch te kijken naar het gedrag van leraren en zowel beginnende als ervaren leraren te stimuleren en handvatten te geven om gericht te groeien in hun vak. Hoe de rollen worden ingevuld, en hoe vaak van rol moet worden gewisseld, hangt ook sterk van de onderwijsvorm af. In het basisonderwijs is de leraar gewend om een groot deel van de dag met dezelfde groep leerlingen te werken, terwijl in het voortgezet onderwijs en mbo de klas ieder uur van samenstelling wisselt.

In de praktijk zie ik dat scholen het concept van de vijf rollen op allerlei manieren inzetten:

  • als kijkkader voor de schoolleiding om de kwaliteit van de lessen te verhogen,
  • bij collegiale intervisie,
  • als instrument voor leraren om leerdoelen te bepalen en de eigen professionele groei zichtbaar te maken.

Belangrijk is voor ogen te houden dat het uitgangspunt van de vijf rollen de traditionele manier van lesgeven is. Kortom: de leraar stuurt het leerproces, geeft interactie vorm en is verantwoordelijk voor de gang van zaken tijdens de les. 

De vijf rollen: concreet

In hoofdlijnen komen de rollen op het volgende neer.

1. De leraar als gastheer
Leerlingen willen zich gekend en gezien voelen, ze willen een relatie. De leraar als gastheer komt tegemoet aan deze psychologische basisbehoefte. Zo besteedt u bijvoorbeeld expliciet aandacht aan het begroeten van leerlingen bij binnenkomst, bijvoorbeeld door bij de deur te gaan staan als leerlingen binnenkomen. De leraar kijkt leerlingen vriendelijk aan en zegt gedag. Dit is ook het moment om op een positieve manier de regels te benoemen: ‘Doe even je pet af, gooi je kauwgom in de prullenbak, pak je stoel en ga rustig zitten.' De gastheer houdt het ‘ganggedrag’ buiten de klas en creëert vanaf het begin een situatie die nodig is om goed les te geven. Door bijvoorbeeld bij de deur te staan, ziet de leraar de leerlingen die aan komen lopen én de leerlingen die al in het lokaal zijn. Hij kan leerlingen meteen aanspreken en aangeven wat hij van hen verwacht. En er zijn natuurlijk nog meer manieren om, voordat de eigenlijke les of de schooldag begint, op een positieve manier te investeren in de relatie met de leerlingen.

De essentie van de rol van gastheer is het opbouwen van een goede relatie met de leerlingen: hij zorgt ervoor dat de leerlingen zich gezien en gekend voelen. Leraren zullen in de loop van tijd steeds meer ontdekken welke invulling van deze rol bij henzelf en bij hun leerlingen past en daarin variaties aanbrengen. 

2. De leraar als presentator
De leraar heeft de regie, regisseert en registreert het leerproces. Hij of zij moet de aandacht van de leerlingen weten te vangen en vast te houden. Aan het begin van de les is de leraar presentator. Hij loopt bijvoorbeeld nog even als gastheer rond (‘Fijn dat je er bent, pak je ook vast je spullen?’) om vervolgens van individueel contact over te schakelen naar contact met de groep. Om de aandacht te vangen gaat hij stevig staan, kijkt hij de leerlingen aan en zegt hij wat hij wil: ‘Jongens, ik wil starten.’ Vervolgens komt hij met de openingszin. Deze fase is ook nodig om te laten merken dat er in de klas bepaalde regels gelden, welke dat dan zijn, of om aan te geven hoe de leraar les wil geven.

De essentie van de rol van presentator is dat hij de aandacht naar zichzelf en naar de doelen van de les brengt. Leraren zijn niet alleen bij aanvang van de les presentator, ook in de loop van de les zijn er momenten waarop ze deze rol opnieuw inzetten, bijvoorbeeld bij het wisselen van instructie naar groepsopdrachten of wanneer de aandacht van leerlingen verslapt. In het basisonderwijs zet de leraar deze rol ook gedurende de hele dag in: aan het begin van de dag, bij aanvang van een nieuwe les of bij aanvang van het zelfstandig werken.

3. De leraar als didacticus
Ik benoemde al eerder: het uitgangspunt van de vijf rollen is de traditionele manier van lesgeven. Dat komt ook tot uiting in de uitwerking van de rol van de didacticus. In de rol van didacticus activeert en motiveert u leerlingen zodat ze tot leren komen. De leraar als didacticus legt de leerstof op minimaal twee verschillende manieren uit (visueel en verbaal), stelt vervolgens vragen en geeft feedback op de antwoorden die door de leerlingen worden gegeven. Vervolgens instrueert de leraar de leerlingen zo dat ze zelfstandig aan het werk kunnen.

Er zijn natuurlijk vele andere instructiemethoden en manieren om een les op te bouwen. De rol van didacticus heeft allerlei variaties, verdiepingen en aanvullingen. Denk dan bijvoorbeeld aan het differentiëren in de les of het inzetten van activerende werkvormen. In het basisonderwijs is het IGDI-model hierin belangrijk net als het kunnen variëren in aard en niveau van de opdrachten. De essentie van deze rol is in ieder geval om de doelen en het onderwijsleerproces op een dusdanige manier in te zetten en te organiseren dat leerlingen tot leren komen in een uitdagende omgeving.   

4. De leraar als pedagoog
De leraar als pedagoog zorgt ervoor dat er in de les een veilig leerklimaat heerst. Dat wil zeggen: de gang van zaken is duidelijk en voorspelbaar. Deze rol is van belang gedurende de gehele les. De pedagoog geeft aan welke regels gelden in de klas, corrigeert leerlingen, geeft positieve feedback en reageert met behoud van de relatie. Leerlingen worden persoonlijk aangesproken op hun gedrag. In de rol van pedagoog komt de leraar tegemoet aan de emotionele en sociale behoeften van leerlingen.

De essentie van de rol van pedagoog is het bieden van duidelijkheid en voorspelbaarheid. Uitgangspunt is dat de leraar in de rol van pedagoog stuurt op de gang van zaken in de klas. Maar steeds vaker worden leerlingen hier medeverantwoordelijk voor gemaakt. Aan het begin van het schooljaar worden soms bijvoorbeeld gezamenlijk regels in de klas afgesproken. Niet alleen de leraar, maar ook leerlingen spreken elkaar dan aan op het naleven van de regels.

5. De leraar als afsluiter
In de rol van de afsluiter reflecteert de leraar samen met zijn leerlingen op het proces en de inhoud: ‘Wat hebben we geleerd en hoe hebben we dat geleerd? Zijn de lesdoelen gehaald?’ Hierdoor worden leerlingen zich op een positieve manier bewust van hun leerproces en hun motivatie. Er zijn veel verschillende manieren om de les af te sluiten. Ook de rolverdeling tussen de leraar en de leerlingen kan bij de afsluiting verschillend zijn. In het voortgezet onderwijs wordt de afsluiting ieder lesuur gedaan, maar ook in het basisonderwijs kan dat op een aantal momenten gedurende de dag. 

De essentie van de rol van afsluiter is om samen met leerlingen terug te kijken op de les, op een dagdeel of op de dag. Hierbij komen zowel het 'product' als het proces aan bod. Wat hebben leerlingen geleerd, hoe hebben ze dat gedaan en hoe hebben ze samengewerkt?

Uitgebreid beschreven

De rollen zijn gedetailleerd beschreven in het boek De vijf rollen van de leraar. Daarin worden ook suggesties gegeven van manieren waarop de leraar zich de rollen, en het gedrag daarbij, eigen kan maken. Het is een rijke bron voor elke leraar in po, vo of mbo die zijn professionaliteit verder wil ontwikkelen.

Zesde rol: de leercoach

Inmiddels heeft CPS in 2018 ook de zesde rol van de leraar geintroduceerd en dit is de rol van leercoach. Op www.cps.nl/leercoach vind je meer informatie over deze rol.

Over de auteur

Linda Odenthal_web.png

Linda Odenthal

Zoek in de website